Tommie

Tommie 2.0

 

Tijd voor de volgende blog. Op instgram heb ik een polletje gehouden, waar mijn volgende blog over moest gaan. Er waren 96 stemmen voor: TOMMIE, en 6 stemmen voor: IETS ANDERS. Van die 6 stemmen, heb ik van 5 personen nog een prive bericht ontvangen dat het een foutje was, en dat de blog écht over Tommie moest gaan. Dus dat is dan duidelijk he. Die ene persoon die het liever over iets anders heeft dan mijn knappe zoon, heeft dus dikke vette pech. De meeste stemmen gelden!

 

In mijn vorige blog heb ik jullie in grote lijnen mee genomen in ons Tommie avontuur. Ik heb toen ook aangegeven dat dit een bewuste keuze was, omdat het voor mij nog te heftig was om alles in detail te vertellen. Dat is, merk ik, eigenlijk nog steeds wel zo. Maar tegelijkertijd wil ik ook alles op papier zetten, omdat je zo snel dingen vergeet. We hebben zo veel meegemaakt, en Tommie heeft zoveel overwonnen dat ik het een fijn idee vind om alles op te schrijven, ook voor hem om later alles eens te lezen. Dus had ik als idee om het verhaal maar in stukken te hakken. Het gaat een ontzettend uitgebreide blog zijn, omdat ik geen detail over wil slaan. Dus ben je verveeld.. klik gerust weg😉. Er zullen na deze blog dus nog een aantal blogs over Tommie volgen. Vandaag neem ik jullie mee in de dag, dat alles begon.

 

02 januari 2019.
In de vorige blog heb ik verteld dat voor dat ik in het ziekenhuis kwam, ik erg ziek was geweest en ik niet welkom was voor controle in het ziekenhuis. Na 4 dagen heb ik s’ nachts gebeld dat ik hoe dan ook wilde dat er naar mijn baby gekeken werd. Dus daar ga ik nu verder.

Ik had Jasper wakker gemaakt om 5uur, dat ik om 6uur in het ziekenhuis moest zijn voor een baby-check. ‘’ eindelijk, fijn’’ zei hij. Ik had mij al zo veel zorgen gemaakt de afgelopen dagen dat hij het alleen al voor mijzelf fijn vond dat ik ging. Ik zei tegen hem dat het ‘effe’ een checkje was, en dat ik verwachtte met het ontbijt weer thuis te zijn. Saartje sliep nog lekker en we zouden s’ middags de baby kamer gaan schilderen. Ik stapte in de auto met een bakje thee, en reed naar het ziekenhuis toe. Ik meldde mij bij de balie van het moeder& kind centrum, en ik werd opgevangen door een verloskundige die, heel toevallig, ook bij mijn bevalling van Sarah was. Dit stelde mij gerust, want ik vond het een prettige vrouw. Ik mocht op het bed gaan liggen, en ze zouden een ctg scan en hartfilmpje afnemen. Ik was zo zenuwachtig, want ik vreesde voor het leven van mijn kindje. De verloskundige zei dat ik rustig moest blijven en niet moest schrikken, want het kon even duren voor ze het hartje had gevonden. En TERING, dat duurde inderdaad lang. Maar toen hoorden we een hartslag. Thank god! Voor mij was toen alles in orde, want, heel naïef, het was in mijn hoofd: kindje leeft, of kindje leeft niet. Er zat daar niets tussenin. De verloskundige ging weg en zou af en toe eens binnen lopen. Ik appte Jasper om 6.15u dat ik het hartje had gehoord, en dat alles goed was. Hij is toen weer gerust gesteld verder gaan slapen. Niets vermoedend natuurlijk. Na 10min kwam de verloskundige kijken en gaf aan dat het hartfilmpje niet helemaal was wat ze wilde zien. Ze ging er even een collega bij halen. Ik had toen nog geen paniek, want het hartje klopte nog, dus de baby leefde. De andere collega gaf ook aan dat ze niet helemaal tevreden was. Ze wisten eigenlijk niet zo goed wat er was, dus ze gingen toch even de gynaecoloog uit bed bellen. Om 6.45u kwam de zuster terug en vertelde mij dat we om 7uur op de polie moesten zijn voor een navelstrengdoorbloeding- meting. Nog steeds had ik geen paniek. Kletsend liepen we door de gangen in een muisstil ziekenhuis en vertelde ik dat een keizersnede mijn grootste angst was. Een natuurlijke bevalling is de hel, maar o zo mooi. Tijdens de navelstrengdoorbloeding- meting zei de gynaecoloog dat eigenlijk alles in orde was. Het gewicht was goed, doorbloeding was goed, alleen een beetje veel vruchtwater. Maar toen zei hij: ‘’ Ik kan niets vreemds vinden, maar het hartfilmpje laat zien dat het níet goed gaat met de baby. Ik ga het Erasmus bellen voor overleg, en houd er rekening mee dat je daar opgenomen zult worden, of dat het gehaald moet worden’’. Holy Fuck. Toen sloeg de paniek wel toe. Het Erasmus?! Dat is niet goed. We liepen terug naar de kamer en om 7.15u belde ik Jasper dat ze in overleg gingen met het Erasmus, meer wist ik ook niet. Niet veel later kwam de gynaecoloog op de kamer en zei:’’ We gaan het halen. Nu. Het hartfilmpje is zodanig slecht, dat we geen tijd te verliezen hebben. Hoe snel kan je man er zijn?’’ . Vanaf toen heb ik alleen maar gehuild. Jasper om 7.30u gillend opgebeld dat hij moest komen., Maar ik had de auto bij, en Saartje was er ook nog. Ik moest er dus rekening mee houden dat hij er niet bij zou zijn. Vanaf dat moment werd ik op een bed gehesen, al mijn sieraden uitgerukt en een infuus aangebracht. Oja, een fijne katether werd er ook nog effe ingejast. Met hoge snelheid werd ik naar de OK gereden. Er werd mij verteld dat je onder de 32 weken eigenlijk niet in Goes mag bevallen, omdat ze daar niet voor bevoegd zijn. Maar er was geen tijd te verliezen, dus het moest wel. Een rit naar Rotterdam was te gevaarlijk. Er was al een team vanuit het Sophia Kinderziekenhuis onderweg om Tommie op te vangen. Alles was onduidelijk. Of Tommie het wel ging redden? Of hij gehandicapt zou zijn? Hoe slecht hij er aan toe was? Ik had echt totale paniek, de zusters hadden hier ook geen antwoord op. Niemand wist wat er aan de hand was. En dat was dus ook het engste zeiden de artsen. Een paar keer per jaar komt het voor dat het zo slecht gaat met de baby, maar dat ze geen oorzaak kunnen vinden. Omdat ze niet wisten wat er aan de hand was, en ze dus niet wisten wat ze konden verwachten, vonden de artsen het zo gevaarlijk. Als ik bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging had, wisten ze wat ze konden verwachten, en hebben ze veel ervaring om het zo goed mogelijk te laten verlopen. Die ervaring en kennis was er nu niet. En daar moest ik het mee doen. Ik gilde alleen maar dat ik Jasper er bij wilde hebben, maar daar hadden ze geen boodschap aan. Ze moesten doen wat het beste was voor de baby, en mijn man zou het echt begrijpen als hij er niet bij zou zijn. Natuurlijk was de baby het allerbelangrijkste, maar ik was gewoon doodsbang. Als ik er aan terugdenk vind ik het al verschrikkelijk dat Jasper en ik die ochtend apart van elkaar hebben meegemaakt, laat staan als de baby het niet zou overleven of er heel slecht aan toe was, dan moest ik dat allemaal gaan vertellen? Op de OK lukte de ruggenprik niet, ik was te veel in paniek. Na 3x prikken lukte het. De zusters waren zo lief voor mij, ze wreven mijn tranen weg, gaven mij knuffels en beaamden dat het gewoon vreselijk KUT was. Toen was het moment daar, ik lag, alle artsen en zusters stonden klaar en mijn buik werd ontsmet. Het snijden kon beginnen. En toen ging de schuifdeur open! Daar kwam Jasper aan gerent. Hij gaf mij een kus en pakte mijn hand vast. Zei dat alles goed ging komen, en dat ik het goed deed. Toen werd ik kalm. Jasper was bij de ingang opgevangen door de zusters en bijgepraat over de situatie. In een paar seconde hoorde ik mijn vruchtwater de lucht in vliegen en werd Tommie om 8.06u geboren. Ik heb hem toen niet gezien, hij moest direct beademd worden en ‘opgelapt worden’. Ik wist toen ook niet of het een jongen of een meisje was. Tommie lag een paar meter verder op, en ik keek met een beduusd hoofd naar Jasper en Tommie. Jasper kwam trots vertellen dat het een jongetje was. Oke. Een jongen. Ik voelde niets. Ik was zó bang dat hij het niet ging redden. Ik moest overgeven, wat niet heel handig is als je buik openligt, dus ik werd platgespoten. Toen Tommie de eerste handelingen redelijk goed had verdragen, moest hij naar een andere ruimte toe om klaar gemaakt te worden voor de rit naar het Sophia. Toen kwam de zuster heel vlug met Tommie naar mij toe om hem een kusje te geven. Een buisje in zijn longetjes, in een plastic zak, en aan ontzettend veel snoertjes was dit de beste kus van mijn leven. Wat was ik opgelucht, Ik voelde enorm veel liefde voor Tommie, en de keizersnede was achter de rug én het ging relatief goed met Tommie. Ik ben toen bijgekomen in de uitslaapkamer, en de neonatoloog van het Sophia kwam aan mijn bed, Hij stelde mij ontzettend gerust met het beste grapje van 2019: ‘Hier in Zeeland is 30 weken allemaal heel spannend., maar voor ons in Rotterdam niet hoor’’ , en gaf mij een knipoog. Nietsvermoedend dat het toen pas allemaal ging beginnen…